
Uit de
familiegeschiedenis van het geslacht
APPERLOO
Periode circa
1560 – 2002

Voorwoord
Het was eind 1990 dat we de
geschiedenis van een aantal Apperloo’s op papier hebben gezet. Dat wij nu
zoveel jaren later ons tot het herschrijven hebben gezet is gelegen
in het feit dat zich sindsdien allerlei
gegevens hebben uitgebreid en ontbrekende details bekend geworden zijn
Met name zijn contacten ontstaan met een familie Apperloo c.s. uit
Alkmaar, die op hun beurt contacten hebben gelegd met andere Apperloo’s en
diverse instanties.
De bronnen van waaruit de
vermelde gegevens zijn geput en die zoveel mogelijk
In de tekst zijn vermeld komen
voor een groot deel uit de Rijksarchieven in Amsterdam, Zwolle en Assen,
alsmede uit de archieven in het Centraal Bureau voor Genealogie en het
Iconografisch Bureau te den Haag.
We hebben dit verslag
gegroepeerd rond de personen die kunnen worden aangemerkt als onze stam-vaders met daarnaast enkele
markante figuren uit de familie.
Enschede, A.D. Juni 2002,
Jan Henri Apperloo
Marten en Marcel Apperloo.
Waar komt de naam Apperloo vandaan?
Volgens de Koninklijke Academie van Wetenschappen, Instituut voor
Dialectologie, Volkskunst en naamkunde te Amsterdam. Lag in de gemeente
Doornspijk op de Veluwe, tussen “t Harde, Doornspijk en Elburg, een gehucht dat
genoemd werd resp.Aperloe-Apperlo-Apperloo-Apeldorenloe-Apelderlo-Apeldorloe of
Aperdorloe.
Het lijkt voor de hand te liggen dat onze familienaam daar vandaan komt en
te rangschikken is als een zogenaamde herkomstnaam, d.w.z. afgeleid van een
lokaliseerbare plaatsnaam.
Uit een correspondentie tussen M. Apperloo en o.m. de gemeente Elburg,
blijkt uit het schrijven van laatstgenoemde d.d. 11 Augustus 1993 het volgende:
Onderwerp: Naamgeving buurtschap Aperloo:
Uit recent onderzoek naar de herkomst en betekenis
van plaatsnamen op de Noord-West Veluwe(door Dr.D.Otten,1991) is gebleken dat
de oorspronkelijke naam van de buurtschap
Aperloo ‘’Apeldorenloo” was. Als verklaring van
deze naam wordt gegeven ”bij een water(loop) staande bomen”. In een archiefstuk
van 19 Juli 1327 (Stadsarchief Elburg nr.1789, Regest 2) wordt
‘’Apeldorenloo”genoemd als een bestaande nederzetting.
Vanuit de vorm ‘’Apeldorenloo”zijn in de loop van
de tijd als gevolg van veranderingen in de schrijf- en spreektaal diverse
varianten ontstaan zoals Apelderloe, Apeldorlo,Aploe,Apperloo en Aperloo. Vanaf
begin 16e eeuw worden-zo blijkt uit verschillende archiefstukken uit het
stadsarchief-de vormen Apperloo en Aperloo allebei gebruikt.Ook gaan uit de
buurtschap afkomstige personen de naam Apperloo/Aperloo
gebruiken als familienaam. In de 19e eeuw raakt de
schrijfwijze van de naam gefixeerd als ‘’Aperloo”
|---------------------------------------------------------------------------------------------------------------|
|
|
|
|
| Afdruk hist.
Kaart omg.Aperloo.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|--
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De stamvader(s) zal wel uit dit gehucht gekomen
zijn. De naam zal hij echter pas ontvangen hebben, nadat hij naar een plaats in
de omgeving zal zijn gemigreerd, mede gelet op ‘’VAN” Apperloo in de naam van
onze eerste voorvaders.
Tijdens onze onderzoeken stelden we vast dat de volgende namen, voorkomende
in doop-,trouw- en begrafenisboeken, alsmede in diverse documenten en
archiefstukken, allen behoren tot hetzelfde geslacht Apperloo:
|
VAN APPERLOE: |
Het trouwboek van Zwolle
(721-175) vermeldt dat Derck van Apperloe, zoon van wijlen Derck van Apperloe
in December 1608 in ondertrouw gaat met Peterken Jansen. Het trouwboek van
Amsterdam (#13-362) vermeldt dat Dierk Dierckz< van Apperloe op 24 Januari
1609 in ondertrouw gaat met Pietertje Jans. Bij zijn tweede huwelijk met
Marritje Gerrits te Amsterdam heet hij Dirk van Apperloo en de kinderen uit
het eerste en tweede huwelijk heten alle maal "van Apperloo". |
|
VAN APPERLOO: |
Zie hierboven onder "van
Apperloe." |
|
VAN APPERLO: |
In April 1623 doet Anna
Hendriksen belijdenis in de Ned. Hervormde Kerk te Zwolle. Ze wordt aangeduid
met weduwe van Derck van Apperlo, moeder van Derck van Apperloe. |
|
APPERLOO: |
Blijkens het doopboek van
Amsterdam en het trouwboek van Vollenhove heten de kinderen van Jacob
Apperloo, die zelf bij zijn geboorte genoemd wordt: zoon van Dirk van
Apperloo en P.Jans, allen Apperloo, zonder "van". |
|
APPERLO: |
Volgens boek 3025 Schoutambt
Wanneperveen, paginall6, en de doop-,trouw- en
begrafenisboeken van Ambt-Vollenhove, worden diverse keren de kinderen van
een Apperloo Apperlo genoemd. |
|
APPELO: |
De doop-, trouw- en
begrafenisboeken van Zwartsluis vermelden de namen Apperloo, Apperlo en
Appelo door elkaar. |
|
APPELOO |
Idem als onder Appelo in diverse
doop-, trouw- en begraafboeken. |
|
APPELLOO: |
Idem als onder Appelo. |
De diverse spellingen
hebben we op de naam Apperloo gefixeerd.
Bij een van onze bezoeken aan het Centraal Bureau voor Genealogie te Den
Haag, vonden we in de afd. Heraldiek bij de heraldische collectie van R.T.
Muschart de volgende aantekening onder de naam: "Van Apperloo":
"Een verlaagde wassenaar (dat is een wassende maan), vergezeld boven van
een kleine ster. Helmteken: Dito wassenaar met ster erboven. Van Dirck van
Apperloo (22-8-1686), richter van Wanneperveen en Dinxterveen. Lakafdruk in het
quahier[1]
van vuurstedegeld[2] van het
quartier Vollenhove 1682 in het Rijksarchief te Zwolle." (foto 1). Wij
vonden deze lakafdruk inderdaad en lieten er een foto van maken. Hetzelfde
helmteken, de verlaagde wassenaar met ster, troffen we aan op enkele
lakstempels, welke voorkwamen op
diverse stukken uit het rechterlijk archief Overijssel van het schoutamt
Wanneperveen, Dinxterveen en Swartesluys, waar een Johannes Apperloo als
keurnoot[3]
de stukken meeondertekend en daarnaast voorziet van een lakstempel (foto 2).
Dat is in het jaar 1797. Ook hiervan lieten wij een foto maken.

(Foto 1) (Foto
2)
**tekst heraldiek**

Volgens het Rijksarchief te Zwolle kwam de naam Apperloo (uitgezonderd
andere spellingen) voor in:
|
Tijd |
Plaats |
Frequentie |
|
1947 |
Enschede |
44 * |
|
1947 |
Almelo |
1* |
|
1947 |
Blokzijl |
2* |
|
1947 |
Vollenhove |
3* |
|
16e en 17e eeuw |
Amsterdam
- Blokzijl - Zwolle |
onbekend |
|
18e eeuw |
Dinxterveen-Wanneperveen-Zwartsluis |
onbekend |
|
19e eeuw |
Genemuiden-Hasselt-Meppel-Vollenhove-Zwart
sluis |
onbekend |
|
20e eeuw |
Enschede-Gendringen-Vollenhove |
onbekend |
Het is ons verder bekend dat er takken van de stamboom zijn die zich elders
hebben gevestigd zoals een "Drentse tak" en een "Friese
tak".
**kaartje Vollenhove **
In de Rijksarchieven zijn o.a. de registers onderverdeeld in doop-, trouw
en begrafenisregisters. Veel gegevens zijn ook ontleend aan kerkelijk
archiefmateriaal.
De volgende tekens zijn door ons gebruikt:
|
Teken |
Betekenis |
Broncodering |
|
* |
geboren |
Doopboek (DB) |
|
^ |
belijdenis |
Kerkelijk Archief (KA) |
|
x |
gehuwd |
Trouwboek (TB) |
|
|
overleden |
Begraafboek (BB) |
De geboortedata welke worden genoemd zijn correct voor zover deze zijn
overgenomen van de akta (microfiches) van de Burgerlijke stand vanaf ongeveer
1811. Data van voor 1811 kunnen zowel de juiste geboortedatum als de doopdatum
aangeven.
Hetzelfde doet zich voor bij de huwelijksdata, waarbij soms de datum van
ondertrouw wordt genoemd. Bij overlijdensdata van voor 1811 kunnen ook data
van de begrafenis zijn vermeld.
Van diverse documenten welke in de archieven werden aangetroffen zijn kopieën
gemaakt, terwijl ook nog een enkel document bewaard gebleven is, al zijn
laatstgenoemde van deze eeuw. Enkele zijn als bijlage in dit verslag opgenomen.
De "oudste" Apperloo's - 16e en 17e eeuw.
|
Geboren |
Ca. 1560 |
|
|
Gehuwd met |
Anna Hendricksen te
Zwolle |
|
|
Overleden |
Ca. 1608 |
|
|
Zoon van |
Onbekend |
|
|
Kinderen |
Dirk * 2-2-1584 Lubbeken Christoffel * ca. 1585 |
|
Van deze Derck weten we (nog) niet erg veel. We nemen voorlopig aan dat
deze de vroegst door ons gevonden stamvader is. In het lidmatenboek van de Ned.
Hervormde kerk van Zwolle (0.6.) wordt vermeld dat op 13 April 1623 de weduwe
van Derck van Apperloo, Anna Hendricksen, wonende bij het "Frouwenkerkhoff"
belijdenis doet. Derck is dan dus al overleden en als we aannemen dat ze ca.21
jaar is als zoon Dirk geboren wordt dan moet ze in 1623 al zo rond de 60 jaar
zijn.
Derck wordt geboren als de halfzuster van Philips de Tweede, Margaretha van
Parma, landvoogdes over de Nederlanden is.
Hij maakt in zijn jonge leven woelige tijden mee:
1566 : Smeekschrift
der edelen. Beeldenstorm.
1567: Alva moet de rust in de Nederlanden herstellen. De prins van Oranje
vlucht het land uit.
1568: Egmond van Hoorne onthoofd. Slag bij Heiligerlee.
1572: Verovering van Den Briel door de Watergeuzen.
1573: Slag op de Zuiderzee.
1575: Philips II is bankroet. Spaanse soldaten muiten en trekken weg.
1579: Unie van Utrecht.
1584: Willem van Oranje te Delft vermoord.
1585: Oranje's zoon Maurits wordt stadhouder van Holland en Zeeland.
En hier stoppen we maar met de
opsomming van belangrijke jaartallen uit onze vaderlandse geschiedenis. In
hoeverre Derck en Anna allerlei gebeurtenissen aan de lijve hebben ondervonden
weten we niet, maar ze leefden en werkten in ieder geval in die rumoerige
tijden.
Voor zoon Dirk verwijzen we verder naar 3.1.1. hierna. Dochter Lubbeken
trouwt op 14 Maart 1609 te Zwolle met H.J. Scheltner-van Base1 (TB 721/77).
Zoon Christoffel trouwt op 14 Juli 1612 te Zwolle met Ytger Hendricks. In
het trouwboek (TB 721/204) van Zwolle heet hij Christoffel van Apperloe, zoon
van wijlen Dirck van Apperloe.
|
Geboren |
2 Februari 1584 te Zwolle |
|
|
Gehuwd met |
1e
x op 24 Jan.1609 te Amsterdam met Pietertje Jans 2e x op 22 Aug.1626 te Amsterdam met
Marritje Gerrits 3e x op 3 November 1640 te Amsterdam met
Elisabeth Willems |
TB 413/362 TB 431/351 TB 454/508 |
|
Overleden |
16 September 1647 te Amsterdam |
|
|
Zoon van |
Derck van Apperloo en
Anna Hendricksen |
|
|
Kinderen |
Kinderen uit 1e huwelijk: Jacob * 15-12-1615 Heinrik * 24-6-1621 Heiltjen * 19-2-1623 Anneken * 8-2-1626 Kinderen uit 2e huwelijk: David * 23-7-1628 Gerrit * 13-12-1629 Pietertje * 5-8-1631 Christoffel * 10-10-1632 Trijntje * 2-5-1634 Annetje * 15-7-1635 Dirck * 4-11-1636 Kind uit 3e huwelijk: Dirk * 11-11-1642 Alle kinderen zijn geboren
in Amsterdam. |
DB 39/407 DB 5/356 DB 6/41 DB 40/331 DB 40/461 DB 6/259 DB 41/148 DB 41/214 DH 41/314 DB 41/389 DB 41/465 DB 92/331 |
|
Beroep |
Barbier/chirurgijn |
TB 721/175 |
Dirk gaat op 24 Januari 1609 in Amsterdam in ondertrouw en wordt daar
genoemd Dierk, Diercxsz van Apperloe. Het trouwboek van Zwolle (TB 721/175)
waar Pietertje Jans kennelijk woonde, vermeldt dat Derck van Apperloe, zoon
van wijlen Derck van Apperloe in December 1608 in ondertrouw gaat met Peterken
Jansen.
Als hij voor de 2ex trouwt
met Marritje Gerrits heet hij in het trouwboek Dirk van Apperloo(Dirk Dircksz),
evenals in 1640 als hij met de weduwe Elisabeth Willems trouwt. Zij was eerder gehuwd
geweest met Pieter de Sterk (TB 454/508).
Dirk is blijkens de
trouwboeken barbier/chirurgijn, beroepen die in die tijd veel samen gingen.
|
Geboren |
15 dec 1615 te Amsterdam |
DB 39/407 |
|
Gehuwd met |
29-07-1642 te Vollenhove met Christina Alutianus (* 1619) |
TB 726/164 |
|
Overleden |
|
|
|
Zoon van |
Dirk
van Apperloo en Pietertje Jans |
|
|
Kinderen |
Johannes (* 30-03-1645 te
Blokzijl) Lijsbeth (* 11-10-1646 te
Blokzijl) Berent (* 22-10-1648 te
Blokzijl) Dirck (* 30-10-1650 te Blokzijl) Dirk (* 03-06-1654 te
Blokzijl) Conradus (* 15-05-1656 te
Blokzijl) |
|
|
Beroep |
Chirurgijn |
TB 726/164 |
|
Geboren |
3 juni 1654 te Blokzijl |
DB 40/55 |
|
Gehuwd met |
28 juli 1683 te Zwolle met Aleyda van Hamingen (* Sneek) |
TB 726/164 |
|
Overleden |
Te Wanneperveen |
|
|
Zoon van |
Jacob
Apperloo en Christina Alutianus |
|
|
Kinderen |
Jacob (* ca. 1690/1695 te
Wanneperveen) Aleyda (* 1695 te Wanneperveen, †
8 augustus 1747 te Amsterdam) Evert
(* ca. 1700 te Wanneperveen, † 1753) |
|
|
Beroep |
Predikant te Wanneperveen |
TB 726/164 Zwolle |
|
Geboren |
Ca. 1700 te Wanneperveen |
|
|
Gehuwd met |
Eggerdina Hartkamp (ca. 1720) |
|
|
Overleden |
Ca. 1753 te Wanneperveen |
|
|
Zoon van |
Dirk
Apperloo en Aleyda van Hamingen |
|
|
Kinderen |
Derk (* 1725) Jannes (Johannes ? keurnoot ?) Marrigje |
|
|
Beroep |
|
|
Waar en wanneer Evert precies geboren is hebben we (nog) niet kunnen
vinden, omdat de kerkelijke doop-,trouw-, en begrafenisboeken van Wanneperveen
van die tijd verdwenen zijn. De hierboven genoemde jaartallen zijn prognoses op
grond van andere gegevens.
Hij trouwde met Eggerdina Hartkamp. Wanneer en waar is al evenmin
bekend.0ok is onbekend wie zijn ouders waren. Kinderen: DERK * 1725
Jannes (Johannes) * ? Marrigje * ? Of er meer kinderen zijn geboren??
In de kerkeraadsnotulen van Wanneperveen van 2 Dec.1736 lazen we het
volgende (zie copie van een deel bijlage 6.3):
Acta van den kerkenraet van Wanneperveen, gehouden en
voorgevallen Ao 1736 me pastore Egb.Metcherkamp.
Art.l.
Nae voorgaende bekentmaking, dat nae gehouden
predikatie kerkenraet soude gehouden worden, sijn alle de leden van dien
voltallig bij elkanderen.
Art.2.
Nae
voorgaende aenroeping van 's Heren Naem is men getreden eerst tot een nominatie
en daerop tot de verkiesing van een ouderling en diaken-en is het lot der
bediening (in plaets van den afgaenden ouderling de Mr scholting(=schout) Mr.de
Rijp gevallen op Evert Apperlo en (in stee van den afgaenden diaken Pieter
Vriese) op Cornelis Harmsz Neeve- en is de vergaedering daerop nae dankzegging
gescheijden.
Art.3.
De visitatie is van mij voor het houden van
des Heeren Avontmael gedaen over het ganse carspel(=Buurtschap)waer van rapport
aen den kerkenraet gedaen is.
In de notulen van Jnij 1737 lezen we:
Is geen visitatie gedaen, deels wijl de
menschen wegens drukte niet te huijs te vinden waeren.
In het
midden van de 18e eeuw deed zich een algemene verpaupering voor. Berucht werd
het hongerjaar 1740, toen een mislukte oogst leidde tot grote graanschaarste,
waardoor de graanprijzen stegen tot het achtvoudige. ook een economische
achteruitgang tengevolge van een niet te stuiten economische opkomst in het
buitenland, waren de oorzaak van grote ellende en toenemende armoede.
Drankmisbruik en bedelarij waren aan de orde van de dag. Daarvan lezen we ook
iets in de kerkeraadsnotulen uit dat jaar 1740:
Art.3.
Sijnde hem praedikant niets voorgekomen dat
dese vergadering specteert als alleen uit huijse van Do Hardenberg.
Art.4.
Sijnde mij praedikant en ouderling Ev.Apperlo
seer bitter, schandelijk en impertinent bejegent van Do Hardenberg.
Art.5.
En klagende onder anderen sijn vrouw Herm
Hardenberg om als gedurig sijn in den genever verlopende en gedurig met haer in
quaestie en sucht levende.
Art.6.
De praedikant dit gerapporteert hebbende, soo
heeft den kerkenraet met eenparige stemmen geoordeelt dat Do Hardenberg sal
geciteert(=gesommeerd om voor de kerkeraad te verschijnen) worden met sijne
huijsvrouw.
Art.7.
De laatste compareerende(=verschijnende) en
haere klagten tegen Hardenberg vernieuwende dog sijnde hij onwillig om te
compareeren-en brengende niet alleen een brieftje die morgen als de praedikant
veerdig stant om nae de kerk te gaen, maer werpende het selve ook bij hem
praedikant in de kaemer met ongestuimigheijt en toorn.
Art.8.
Soo heeft den kerkenraet - commissie voto-(=in
comite??) geoordeelt dat den huijsvrouw van Do Hardenberg sal versogd worden om
van 't avontmael sig te onthouden, gelijk se ook in praesentie van den
kerkenraet belooft heeft.
Art.9.
En dat Do Hardenberg het avontmael sou
verboden worden:le. om sijn continueele (=voortdurende) dronkenschap.
2.schandelijk sijn slegt leven met sijne vrouw. 3. quade bejegening van
praedikant en ouderling. 4. en ongehoorsaemheijt aan sijn kerklijken
opsienders als niet willende compareeren.
Art.lO.
Gevraegt sijnde of een der leden ook nog iets
hadde voor te dragen en niets voorkoomende is de vergadering met danksegging
besloten.
Een vergadering later is er een andere zaak
aan de orde, die zijdelings zeker ook verband hield met de heersende armoede,
nl. die van diakonale zorg en borgstelling voor schulden door de predikant.
Daarover lezen we het volgende:
Art.8.
De hr.Mr de Rijp, scholting (=schout): Een
vriendelijke briev over borgstelling van verscheijden personen door den
praedikant uit name des kerkenraets, sijnde geschreven en door sijn Ed.
onbeantwoort blijvende, soo heeft den kerkenraet goedgevonden om 2 geschikten
Evert Apperlo ouderling en Hendr. Noordlander diaken nae sijne Ed. te senden.
Art.9.
en dese gecommiteerden is in laste gegeven om de hr. scholting vriendelijk
en op een beleefde wijse te versoeken, dat hij dog dien goedheijt van desen
diakonie wilde hebben, nu al soo swaer sedert enigen tijdt gedrukt en die
anders in een geheel bedroefde staat sou raken/ om dog den menschen van buiten
inkomende te laten waarschouwen of op soo eene wijse sijn Ed. goedagt tot den
borgstelling aan te setten en te houden.
welk verhaal vervolgd word in een volgende
vergadering van 12 April 1740:
Art.2.
Evert Apperloo ouderling en Hendrick Noordtlander diaken
hebben rapport gedaen van hun commissie, waarin sij sig (volgens laste) met
alle beleeftheijdt en vriendelijkheijdt hadden gedragen, bestaende hierin: dat
de scholting hun versoek niet wilde voldoen en dat hij l. geen bediende of Roo
Roede (=vrij vertaald vermoedelijk zoiets als domme loopjongen) van den
kerkenraet wilde sijn en 2. dat de domine eerst borg sou staken voor sijn twee
slaven; dat die niet ten laste souden komen van den diaconie eer hij iets sou
doen.
Art.3.
De praedikant daer op nu een vraag brengende of hij aan
dien eijs van den schout sou gehouden wesen te voldoen, soo is daerop eenpaarig
in den negative geconcludeert: l.omdat het geen huysittenden maar alleen
huysbedienden waren; 2. terwijl het heijdenen waren en dienvolgens noyt ten
laste souden koomen van een gereformeerde diaconie, die selvs geen papisten of
andere dwalenden wil uitkeeren, laat staan heijdenen bevoegd is van haer
diaconie te laten proviteeren en gainderen (= vermoedelijk bevoordelen).
Art.4.
Hierop is de kerkenraet getreden tot overweging van het
soo aenstootelijke, voor het aangesigt van haer en de geheele gemeente
gepubliceerde geschrift van de hr.Mr.de Rijp scholting waarin voornoemde
scholting praedikant en kerkenraet afschildert als onverstandige of
impertinente en quaardaardige menschen als ook van gedane versoek van
borgstelling even als of sij voornoemde scholting wilden gebruiken als een
bediende of Roo Roede.
Art.5
Den praeses in consideratie den leden opgelegd hebbende
of men scholting met stilswijgen sou passeeren dan of men de volgenden Sondag
iets sou laten publiceeren om de gemeente wederom te disabriseren, soo is
eenstemmig geoordeelt dat men met goeden gevoelen soodanig een behandeling niet
stilswijgens sou kunnen laaten voorbijgaan;
l. terwijl de scholting sijn publicatie quade
indrukken onder de gemeente sou kunnen geven wanneer men hier op stilsweeg.
2. omdat sij hier niet als particulieren maer als publike
persoonen in dat geschrift sijn getaxeert en gegraveert.
Art.6
Uit consideratie van dese en meer andere poynten heeft
den kerkenraet geoordeelt dat sij langs dien selven weg als de Mr.scholting hun
hadde ten toon soeken te stellen, sig selv weder mochten dechargeren en door
een schriftelijke publicatie den volgenden Sondag daer om alle quaedt vermoeden
tragten weg te neemen. ,
Art.7
De praedikant daerop aan de vergadering hebbende voorgelesen
een ontworpen schriftelijke publicatie, soo is deselve met bedaerde
voorsigtigheijdt overwogen en van de vergadering goedgekeurt om de volgende
Sondag afgelesen te worden.
Art.8.
Hierop is de vergadering met danksegging gescheijden.
Uit het register telling huisgezinnen in Wanneperveen op 29 Juli 1748
blijkt dat Evert en Eggerdina wonen aan de Middelkluft met hun twee kinderen
Jannes en Marrigjen, die dan boven de 10 jaar zijn.
In het ledenregister van de Ned.Herv.Kerk van Wanneperveen staat in
september 1756 vermeld: Weduwe Eggerdina Hartkamp.
Van de kinderen nog het volgende:
Jannes: doet in 1758 belijdenis. Hij wordt in 1768 tot diaken gekozen en in
1771 opnieuw.Op ? Dec.l?7? wordt Johannes opnieuw genomineerd als diaken en in
1782 samen met Derk als ouderling. Johannes wordt dan niet gekozen, Derk wel.
Marrigje: doet met Pasen 1759 belijdenis.
|
Geboren |
* 1725
te Wanneperveen |
TB 515/11 |
|
Gehuwd met |
30 October 1746 te Wanneperveen
met Jentjen Reijnders (* Staphorst) |
TB 515/11 |
|
Overleden |
17 Februari 1810 te
Wanneperveen |
BB 518 |
|
Zoon van |
Evert Apperloo en Eggerdina
Hartkamp |
|
|
Kinderen |
Louwrens * 29 mei 1749 Reijnder * 25 april 1751 Dominicus * 11 februari 1753, … 10
maart 1827 Everardus * 18 februari 1756, … 11
december 1808 Reijnder * 14 mei 1758 Trijntjen * 1 maart 1761 Laurens * 26 september 1762 Allen geboren te Wanneperveen |
DB 513/38 DB 513/46 DB 513/51 DB 513/59, BB 518 DB 513/67 DB 513/77 DB 513/82 |
|
Beroep |
Schoenmaker |
|
Blijkens het trouwboek 515-11 van Wanneperveen moet Derk geboren zijn in 1725.Hij
trouwt op.) Hij is overleden op. Zijn ouders zijn.
Kinderen:
Alle kinderen werden in Wanneperveen geboren.
Derk is schoenmaker van beroep. In het ledenregister van de Ned. Herv.Kerk te
Wanneperveen komen in September 1756 voor: Derk en vrouwe Jentjen Reijnders in
't Haagjen ten Westen van de Engbertsgracht.
In 1768 komt Derk op de nominatie voor ouderling in de Ned. Herv.Kerk.
Blijkens de notulen van de kerkeraad van 1 December 1771 komt hij op de
nominatie zowel voor ouderling als diaken en in 1774 lezen we dat hij opnieuw
tot ouderling gekozen wordt voor een periode van drie jaar. In 1782 lezen we
hetzelfde nog eens.
Bij de doop van de eerste drie kinderen wordt als getuige genoemd Marrigje
Apperloo, een zuster van Derk. Deze Marrigje wordt ook wel Marrigje Hartamp
genoemd, de achternaam van haar (en uiteraard Derk's) oeder.
In het jaar na het huwelj van Derk en Jentjen vallen in 1747 20.000 man
Franse troepen de Republiek binnen. De zoon yan Johan Willem Friso komt als
erfstadhouder Willem IV aan,he bewind over alle gewesten van de Republiek. Hij
was in 1734 getrouwd met Anna van Hannover, dochter van de Engelse koning
George II.
|
Geboren |
11 Februari 1753 te Wanneperveen |
DB 513/51 |
|
Gehuwd met |
1 Mei 1785 te
Wanneperveen met Elizabeth Emmink ( * 1762 en … 26
oktober 1827) |
TB 515/64 |
|
Overleden |
10 Maart 1827 te
Wanneperveen |
|
|
Zoon van |
Derk Apperloo en Jentjen
Reynders |
|
|
Kinderen |
Jentjen * 28 augustus 1785 Hendrik * 1 oktober 1786 Derk * 14 december 1789 Lucas * 15 augustus 1790 Johannes Dominicus * 1 december 1792 Geesjen * 4 november 1794 Everardus * 18 oktober 1797 Aaltjen * 9 maart 1800 Roelof * 27 juli 1802 Trijntjen * 24 november 1804 Andries * 27 mei 1807 |
DB 514/18 DB 514/21 DB 514/25 DB 514/30 DB 514/41 DB 514/50 DB 514/65 DB 514/76 DB 514/86 DB 514/94 DB 514/103 |
|
Beroep |
Schoenmaker |
|
Hij doet op 25 Maart 1777 belijdenis in de Ned. Hervormde Kerk te
Wanneperveen. Een jaar voordat hij trouwt komt Elizabeth Emmink op 29 April
1784 met attestatie uit Amsterdam in Wanneperveen. Of ze toen elkaar al kenden
weten we niet. 't Kan ook liefde op het eerste gezicht zijn geweest op de
joffer uit Amsterdam. Dominicus wordt op 26 Nov.1797 gekozen tot ouderling. Op
9 December 1804 opnieuw.
Tijdens de oorlog met Engeland (4e Engelse oorlog) wordt in 1781 in tal van
steden in de Republiek een pamflet verspreid getiteld: "Brief aan het Volk
van Nederland". Daarin wordt het zwakke beleid van stadhouder Willem V,
waarover een sfeer van groeiende ontevredenheid was ontstaan, aangevallen en
wordt het volk van Nederland aangeraden goede "patriotten" te kiezen
om orde op zaken te stellen. En het volk van Nederland wordt, mede onder
invloed van de opkomende verlichtings-ideeen (Alle mensen zijn vrij gebvren en
de een heeft van nature over de ander niets te zeggen), verdeeld in Patriotten
en Oranjegezinden. Welke kant kozen Dominicus en Elizabeth? Waren ze het eens
met de roep "Vrijheid, gelijkheid en broederschap" en met de komst
van de Franse troepen in 1794/1795 ? Deze kwamen immers als
"bevrijders" van het Bataafse Volk om het van de dwingelandij van
Oranje en de aristocratie te verlossen?!!
In ieder geval weten we, dat, toen in 1795 de vroedschappen in de meeste
steden werden vervangen door voorlopige stadsregeringen (zogenaamde
municipaliteiten) ook enkele Apperloo's deelnamen in de municipaliteit van
Wanneperveen, Dinxterveen en Zwartsluis.Het waren Dirk Appelo, Reynder Apperloo
en later een Johannes Apperloo. In het Staten-Archief nr. 5313 vonden we
daarover het volgende:
Eed voor de leden van de vergadering der Provisioneele Representanten van
het volk van Overijssel, gearresteerd den 22sten May 1795:
"Ik belove en zweere, de souvereiniteit des volks
,
gegrond op de regten van den mensch en den burger
en op Vrijheid en Geli,jkheid te erkennen, het Stadhouderschap voor wettig
afgeschaft te houden en het Stadhouderloos en Representatief bestuur met al
mijn vermogen te zullen handhaven ter tijd toe, dat door eene Nationale
Conventie daaromtrent nader zal zijn bepaald en niet te zullen dulden dat door
wie 't ook zij daartegen iets worde ondernomen of eenige inbreuke geschiede, en
dat ik in alle voorkomende deliberatien het heil van het vaderland in het
gemeen en van deze Provincie in het byzonder zal tragten te bevorderen en dat
ik mij voorts in alles zodanig zal gedragen als een waardigen VolksRepresentant,
die met het vertrouwen des volks vereerd is, betaamd. Zullende ingevalle iemand
als Representant mogte compareeren die uit hoofde van Zijne Godsdienstige
begrippen, zwarigheid mogte maaken eenen eigentlijke Eed te presteeren, in
plaats van de woorden, ik beloove en zweere, worden gesubstitueerd de woorden,
ik verklaare en beloove."
was getekend:
voor Zwartesluis: voor Wanneperveen/Dinxterveen: o.a. Dirk Appelo
(Bldz.46.) o.a.Reynder Apperloo(Bldz.45) In "Inv. Bestuurders en
ambtenaren 1798" (Nr.5516)
zijn de lijsten opgenomen van ambtenaren en derzelver bedienden, welke
worden ingeluid met :"Aan het intermediair administratief bestuur van het
voormalig gewest Overijssel....etc." en besloten met "vermijnende
hiermeede aan Uw orders te hebben voldaan." De lijst der ambtenaren en
derzelver bedienden te ZWARTSLUIS worden onder leden der Municipaliteito.a.
genoemd Derk Appelo en onder predikanten :Carel Willem Filip Hugenbolz en
Johannes Druim.
Onder die van DINXTERVEEN/VOLLENHOVE als leden der Municipa liteit: o.a.
Rijnder Apperloo.
Vele ondertrouw-aktes uit 1796 en 1797 van Wanneperveen worden getekend
door Rijnder Apperloo (als keurnoot).
Op 2 rechterlijke aktes d.d. 2 Aug.1796 en 23 Juni 1797 tekent ook mee
JOHANNES Apperloo en plaatst daarbi een afdruk van "zijn bijzegel"
(Zie beschrijving onder 1.4 Een familie-wapen?)
Wie precies deze Derk, Rynder en Johannes waren weten we (nog) niet. Derk
zou de vader van Dominicus kunnen zijn en Rijnder zijn broer ?!!. Maar
Johannes????
Dominicus en Elizabeth maken in 1825 ook nog de watervloed mee (zie 3.5).
Zij zullen dan gewoond hebben aan de Oosterkluft nr. 123, want als zij beiden
in 1827 overlijden wordt dat adres in de aktes vermeld.
Van hun 11 kinderen, die allemaal in Wanneperveen zijn geboren nog het
volgende:
Jentjen: * 28-8-1785. rouwt op 19 Juli 1819 met de veehouder Klaas Klasen
v.d. Berg te Wanneper
veen. Zij overlijdt op 24 April 1864. Hendrik: * 1-10-1786. Trouwt in
Wanneperveen op 4 Juli 1817 met Annigje Jonkman. Zij krijgen 10 kinderen. Hij
is schipper en overlijdt in 1854 te Zwartsluis.
Derk: * 14 Dec.1789. Huwt op 12 April 1816 in Wanneperveen met Hendrikjen
Arents Wolf en is dan schoenmaker. Ook zij krijgen 10 kinderen. Hij woont in
1829 a.d. Oosterkluft 138 en in 1851 a.d. Middelkluft 118 te Wanneperveen.) Hij
overlijdt op 4 April 1851.
LUCAS: * 15-8-1790. Zie onder 3.5.
Johannes Dominicus: * 1-12-1792. Geen nadere gegevens. Geesjen: *
4-11-1794. Zij trouwt voor de eerste maal op 6 Maart 1821 te Wanneperveen met
schipper Jan Bartels Wind en voor de tweede maal op 14 Sept.l833 te Zwartsluis
met Johan Hendrik Pruis. Zij sterft in 1838 te Zwartsluis.
Everardus: * 18-10-1797. Hij wordt op 29 Oct.1797 gedoopt in de Ned.
Herv.Kerk v.Wanneperveen. Hij trouwt voor de eerste maal op 15 Juli 1824 te
Wanneperveen met Grietje Arents Wolf. Hij is schoenmaker en huwt voor de tweede
maal op 30 April 1852 in de Ned. Herv.Kerk te Zwartsluis met Annigje Arijs de
Jong.
Uit zijn eerste huwelijk worden 4 kinderen geboren.
Aaltjen: * 9-3-1800. Geen nadere gegevens. Roelof: * 27-7-1802. Geen nadere
gegevens. Trijntjen: * 24-11-1804. Trouwt in Zwartsluis op 12
Nov. 1836 met Jacobus Smit. Zij overlijdt in 1849 te Zwartsluis.
Andries: * 27-5-1807. Hij is schoenmaker en trouwt op 12 Nov.1836 in
Zwartsluis met Annigje Harms Kuyers. Op de huwelijksdatum is Andries juist met
groot verlof uit de militaire dienst. Blijkens de huwelijkse bijlagen
(T.B.1836/21) dient hij op 22 Oct.1836 als schutter bij het 2e Bataljon der le
afd.Mobiele Overijsselse Schutterij.Zij krijgen 4 kinderen.
Hij overlijdt in Zwartsluis op 17 Dec.1881.
|
Geboren |
Augustus 1790 te Wanneperveen |
BB 5 |
|
Gehuwd met |
22 Maart 1814 te
Vollenhove met Lammigje Boxum … 1868 |
|
|
Overleden |
10 Januari 1877 te Ambt
Vollenhove |
BB 5 |
|
Zoon van |
Dominicus Apperloo
en Elizabeth Emmink |
|
|
Kinderen |
Dominicus * 15 december 1815 Marrigje * 24 Juli 1818 Elisabeth * 5 Dec.1820 Teunis * 16 Aug. 1823. Aaltjen * 2 Juli 1826 Hendrik * 2 Juni 1829 Jan * 8 October 1831 Hendrik * 19 Juni 1834 Jentje * 21 Mei 1838 Geertruida * 1 Nov. 1841 Alle kinderen zijn in
Ambt Vollenhove geboren |
DB 64 DB 25 DB 32 DB 17 DB 40 DB 22 DB 33 DB 47 |
|
Beroep |
Schoenmaker, later
veenbaas |
|
Op 15 Aug. 1790 gedoopt in de Ned. Herv.Kerk te Wanneperveen. Lucas is,
evenals zijn vader van beroep schoenmaker, maar wordt later ook als een
veenbaas aangeduid.
Wat als eerste opvalt is, dat Lucas is geboren in Wanneperveen, trouwt in
de Gemeente Vollenhove, alle kinderen worden geboren in Ambt Vollenhove en hij
en zijn vrouw overlijden eveneens in Ambt Vollenhove (Leeuwte 107.).Het
geslacht Apperloo verplaatst zich dus hier van Wanneperveen naar Ambt
Vollenhove.
Nu lag Wanneperveen niet zo veraf van Ambt Vollenhove: " 5 uur gaans
Noordelijk van Zwolle; 2 uur Oostelijk van Vollenhove. In het west-einde van
de gemeente Wanneperveen liggen twee uitgestrekte meeren en onderscheidene
waterplassen van meerdere of mindere grootte, alle door vroegere vervening in
de watervloeden van 1775 en 1776 ontstaan en door dien van 1825 in
uitgebreidheid toegenomen."
Lucas en Lammigje hebben met hun (toen) 4 kinderen die watervloed in 1825
meegemaakt. We lazen over die watervloed het volgende relaas:
"Door den watervloed van Februarij 1825 heeft Vollenhove veel
geleden. Het water steeg hier bijna 2 palm hooger dan in 1776. De stormen, in
de maand October en de eerste helft van November 1824 deden het water hier niet
zeer sterk rijzen,wegens de veranderlijkheid van den wind.
Bij die van den 14e en 15e November echter verhief het water zich tot 2.80
el boven gewoon water uit en in den vroegen morgen van den 15e sloegen de
golven reeds over de dijken. Het vooruitzigt was droevig; doch daar de wind
tegen den middag bedaarde en meer naar het Noorden liep, liep niemands eigendom
eenige wezenlijke schade; zelfs de dijken hadden zeer weinig geleden. Ofschoon
de ingezetenden zich met regt verblijdden, een zoo groot gevaar zoo gelukkig
ontkoomen te zijn, was echter het vooruitzigt onheilspellend, dewijl den wind
bestendig tusschen het Westen en Noorden bleef,'de eene storm den anderen
bijna onafgebroken opvolgde, en de dijken zoo doorweekt waren, dat men teregt
vreezen moest, dat zij eenen dergelijken aanval niet voor de tweede maal zouden
kunnen verduren.
In den avond van Woensdag den 2e Februarij 1825 verhief zich de wind uit
het Zuid-Westen, waardoor het water reeds begon te rijzen. Den 3e liep de wind
naar het Westen en de aanwas van water werd sterker, zoodat het te middernacht
tusschen 3 en 4 Februarij tot 2,5 ellen boven gewoon water geklommen was.
Omstreeks te 2 ure in den nacht werd de wind Noord-westelijk, waardoor het
water zoo geweldig rees, dat het spoedig over den dijk begon te loopen.
Omstreeks 5 ure des morgens van dien dag verlieten onderscheidene inwoners,
zeer verschrikt en met overhaasting, hunne legersteden, plotseling gewekt door
een paar zeer zware donderslagen, vergezeld van eenen ijsselijken, boven alle
beschrijving geweldigen wind, die in zijne grootste felheid, ten naasten bij 10
a 15 minuten duurde, de gebouwen op hunne grondvesten zoodanig deed schudden
en kraken, dat vele menschen zich in den eersten schrik niets anders konden
voorstellen, dan op eenmaal onder hunne woningen begraven te zullen worden.
Ofschoon na eenigen tijd eenigszins bedaard, bleef de wind nog buitengewoon
hevig. De natuur had op dien oogenblik een schrikverwekkend aanzien. Duistere
wolken en eene digte sneeuwjagt, voortgezweept door eenen noordwestelijken
storm, verhinderden het uitzigt tot op eenige weinige schreden.
Met angst verbeidde men dus den dageraad. Reeds het ergste duchtende, werd
men tusschen 10 en 11 ure des voormiddags op eene ontzettende wijze overtuigd,
dat de vrees voor eene doorbraak der zeedijken maar al te gegrond geweest was.
Niet minder dan elf doorbraken waren in den zeedijk gevallen. Vijf woningen
spoelden geheel weg en vijf menschen verloren daarbij het leven. Ook in
Wanneperveen waren de gevolgen van dezen watervloed verschrikkelijk. Daar waren
ruim 25 woningen weggespoeld, een zeer groot aantal werd onbewoonbaar en bijna
allen werden grootelijks beschadigd. Meer dan 25000 guldens aan turf was uit de
schuren en van het land weggevloeid. Meer dan 300 stuks runderen benevens
eenige paarden werden in den vloed gesmoord. Daar verdronken 3 menschen."
Lucas, Lammigje 2n hun kinderen van 1-4-6 en 9 jaar oud hebben zeker dit
alles in angstige spanning meebeleefd.
Ook in politiek opzicht hebben zij tijdens hun leven een turbulente tijd
meegemaakt. Toen Lucas ruim 4 jaar oud was, trokken in Januari 1795 de Fransen
de Noordelijke Nederlanden binnen en stadhouder Willem V vluchtte met zijn
gezin naar Engeland. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden had opgehouden
te bestaan en was een vazalstaat van Frankrijk geworden onder de naam:
"Bataafse Republiek." De vroegere provincienamen en grenzen maakten
plaats voor 8 "departementen." Wanneperveen lag in het departement
"van den Ouden IJssel".
In 1806, Lucas was inmiddels 16 jaar oud, riep keizer Napoleon Bonaparte
zijn broer, Lodewijk Napoleon, uit tot koning en de "Bataafse
Republiek" werd omgedoopt in het "Koninkrijk Holland." Lodewijk
Napoleon handelde echter niet erg naar de zin van zijn broer de keizer en reeds
in 1810 deed hij weer afstand van de troon.
Ons land werd toen een "Franse Provincie", met o.m. het gevolg
dat via de conscript'ie, een verplichte loting voor 20-jarige
jongemannen,duizenden in Napoleon's leger werden ingeli jfd.
In Augustus 1810 werd Lucas Apperloo 20 jaar en wellicht heeft hij ook op
de lijst van loting gestaan. Gezien het feit dat hij op 22 Maart 1814 in het
huwelijk treedt, is het waarschijnlijk dat hij werd uitgeloot, omdat de dienstplicht
in het Franse leger 5 jaar duurde. Of hij zou huwelijksverlof moeten hebben
gehad. Een andere mogelijkheid is nog dat hij in October 1813 uit het Franse
leger is teruggekeerd, nadat Napoleon toen bij Leipzig werd verslagen. Een
paar weken later bezetten Pruisische, Oostenrijkse en Russische troepen o.a.
Zwolle. Of ze ook in Wanneperveen zijn geweest???
Enkele maanden voordat Lucas trouwt, aanvaardt in December 1813 de oudste
zoon van stadhouder Willem V, erfprins Willem, de regering over ons land als souverein
vorst, onder de naam Koning Willem I. Deze proclameerde enkele jaren later de
vereniging met Belgie en noemde zich toen "Koning der Verenigde
Nederlanden." Hij trad in 1834 en de jaren daarna fel op tegen de uit de
Herv.Kerk getreden Afgescheidenen, die om allerlei futiliteiten werden gestraft
met geldboetes en gevangenis, maar Lucas en Lammigje hebben
hoogstwaarschijnlijk toen nog niet tot de Afgescheidenen behoort (Zie onder
3.6. vader Jan Apperloo.)
Van de 10 kinderen van Lucas en Lammigje nog het volgende: Dominicus * 15
Dec.1815 te Gem.Vollenhove. Huwt op 21 Juli 1837 met Berendina Rook en
overlijdt op 14 Juli 1904. In het boek "Afscheiding van 1834 in
Overijssel" van Dr. J. Wesseling wordt op bldz.282-284 nogal uitgebreid
verhaald over een diaken Cornelis Rook, waarschijnlijk een broer van Berendina
Apperloo-Rook. Zij krijgen 5 kinderen.
Marrigje * 24 Juli 1818 te Ambt Vollenhove. Trouwt op 1 Mei 1850 met Wolter
Winters en overlijdt op Nieuwjaarsdag van het jaar 1885.
Elisabeth * 5 Dec. 1820. Zij overlijdt ongehuwd op 1 September 1847.
Teunis * 16 Augustus 1823. Hij huwt te Ambt Vollenhove op 23 Mei 1861 met
Petertje ten Napel.Hij sterft op 9 Jan.1899 te Ambt Vollenhove. Ze krijgen 2
kinderen.
Aaltjen * 2 Juli 1826 treedt op 2 Februari 1853 in het huwelijk met
schipper Siemen Schurink. Zij overlijdt op 27 Februari 1911 te Zwartsluis.
Hendrik * 2 Juni 1829 sterft op 2-jarige leeftijd op 28 Februari 1832.
JAN * 8 October 1831. Zie onder 3.6.
Hendrik * 19 Juni 1834 trouwt op 21 Apr.il 1864 met Geesje Hollander. Hij
overlijdt op 11 Februari 1920. Zij krijgen 5 kinderen.
Jentje * 21 Mei 1838. Zij trouwt met de landbouwer Klaas Lok op 24 April
1866. Ze overlijdt op 12 Febr.l898. Geertruida * 1 Nov.1841. Trouwt met Evert
ten Napel
(62 jaar) op 18 Mei 1877. Zij overlijdt ca 3 jaar later op 12 November
1880.
|
Geboren |
8 October 1831 te Ambt-Vollenhove |
|
|
Gehuwd met |
25 Febr.1854 te Ambt-Vollenhove
met Aaltje Winters (* 1830 Amsterdam) 31 Maart 1877 met
Jantje Bruintjes (* 1844) te Ambt-Vollenhove |
|
|
Overleden |
Lucas Apperloo en Lammigje
Boxum |
|
|
Zoon van |
19 December 1894 aan de
Barsbeek te Ambt-Vollenhove |
|
|
Kinderen |
Kinderen uit 1e huwelijk: Lucas * 28 Aug.1854 Trijntje * 3 Nov.1856 Jan * 18 April 1859 Dominicus * 30 Aug. 1861 Lammigje * 1 Oct.1864 Jannes * 2 Aug. 1866 Teunis * 6 Maart 1870 Trijntje * 20 Jan.1873 Kinderen uit 2e huwelijk: Hendrik * 20 Juni 1878 Lammigje * 8 Nov.1879 Lucas * 13 mei 1883 Peter * 6 januari 1886 |
DB 45 DB 44 DB 26 DB 54 DB 43 DB 43 |
|
Beroep |
Landbouwer |
|
Hij trouwt in 1854 met Aaltje Winters, een dochter van Jan Winters en
Trijntje Tuin. Ze trouwen in de Ned. Herv.Kerk te Ambt-Vollenhove. Dat is
enigszins merkwaardig als we bedenken dat alle kinderen later tot de
Gereformeerde kerk behoren. In het boekje "De Afscheiding van 1834 in
Overijssel" van de hand van Dr.J. Wesseling lezen we op bldz.281 het
volgende:
Het gebied om het plattelandsstadje Vollenhove- 30 km ten Noorden van
Kampen gelegen kon voor 1942 verdeeld worden in Stad Vollenhove en Ambt
Vollenhove. In het Ambt woonden de Afgescheidenen, in de Stad niet een. Het
Ambt bestond uit een aantal buurtschappen o.a. St.Jansklooster, Leeuwte,
Cadoelen en Barsbeek. Vooral het boerenstreekje Barsbeek(5 Km ten ZuidOosten
van het stadje Vollenhove)-en waar op nr. 16 het gezin Apperloo woonde-, was
voor de Afgescheidenen van belang.
Daar woonden verscheidenen van hen en daar stond vanaf begin 1858 ook het
eerste kerkje met een pastorie. Naar alle waarschijnlijkheid is in 1836 reeds
een Afgescheiden gemeente ontstaan. Zij vormden toen noodgedwongen een
huisgemeente, want de scriba van de Hervormde Classis Kampen rapporteerde op 29
Febr. 1836 dat er in Vollenhove 12 separisten waren, die allen in het Ambt
woonden. Hij schrijft: " Het hoofd en de roervink van dezen hoop is Carel
van Ommen, die thans buiten Zwol woont, en, altijd afkerig van werken, door
vroome praatjes zich bij de eenvoudige landslieden indrong.
Op de moraliteit van deze en meer Separatisten is vrij wat aan te merken.In
een vonnis van de rechtbank te Zwolle vonden we (Wesseling):
"dat de 43-jarige landbouwer Albertus Luchies van Benthem tien gulden
boete kreeg, omdat hij op Zondag 7 Aug. 1836 zonder toestemming zijn huis beschikbaar
had gesteld voor een godsdienst-oefening, waarin meer dan 20 personen aanwezig
waren geweest."
Het waren voor de Afgescheidenen in die tijd ongetwijfeld zware tijden.Wanneer
Jan Apperloo zich precies bij de Afgescheidenen heeft gevoegd zullen we nog
eens nader moeten onderzoeken.
Van de 8 kinderen uit het eerste huwelijk, die allemaal in Ambt Vollenhove
werden geboren, zijn alleen zoon Jan (Zie onder 3.7.) en zoon Teunis gehuwd. De
laatste met Marrigje van Dalen. De overige 6 overleden resp.Lucas op 3 April
1883: Trijntje op 20 Aug.1872; Dominicus op 17 Mei 1882; Lammigje op 20
Aug.1874: Jannes op 20 Dec.1890 en Trijntje op 12 Aug.1873.
Van de 4 kinderen uit het 2e huwelijk zijn nog geen nadere gegevens
opgediept.
|
Geboren |
18 April 1859 te Ambt-Vollenhove |
|
|
Gehuwd met |
1e * op 14 Januari 1885 te Ambt-Vollenhove met Jantje Huisman 2e * op 20 Januari 1886 met Jacobje van Dalen, eveneens te
Ambt-Vollenhove |
|
|
Overleden |
23 November 1897 te Ambt-Vollenhove |
|
|
Zoon van |
Jan
Apperloo en Aaltje Winters |
|
|
Kinderen |
Uit 1e huwelijk: Jan * 15 maart 1885. Uit 2e huwelijk: Aaltje * 23 augustus 1886 Elisabeth * 19 december 1887 Trijntje * 5 september 1889 Jan Harm * 14 april 1891 Jan * 7 augustus 1893 Marten * 14 juni 1895 Lammigje * 28 augustus 1897 |
|
Jan werd geboren op 18 April 1859 te Ambt-Vollenhove. Hij huwde voor de
eerste maal op 14 Januari 1885 te Ambt-Vollenhove met Jantje Huisman en voor de
tweede maal op 20 Januari 1886 met Jacobje van Dalen, eveneens te Ambt-Vollenhove.
Hij overlijdt op 23 November 1897 te Ambt-Vollenhove. Hij was een zoon van
Jan Apperloo en Aaltje Winters. Kinderen: Uit le huwelijk:
Jan * 15 Maart 1885.
Uit 2e huwelijk:
Aaltje * 23 Aug.1886. Elisabeth * 19 Dec.1887. Trijntje * 5 Sept.l889. Jan
Harm * 14 April 1891. Jan * 7 Aug. 1893. MARTEN * 14 Juni 1895. Lammigje * 28
Aug.1897.
Van deze Jan Apperloo is ons (nog) weinig bekend. Hij was landbouwer van
beroep. Als hij 25 jaar oud is trouwt hij op 14 Januari 1885 met Jantje
Huisman. Op 15 Maart, 2 maanden later, wordt zoon Jan geboren. Een maand later
sterft Jantje Huisman op 15 April 1885. Na een huwelijk van 3 maanden is Jan
weduwnaar.
Nog geen jaar later hertrouwt hij op 20 Januari 1886 met Jacobje van Dalen,
van beroep winkelierster (?). Zij is een dochter van de smid Harm van Dalen en
Hendrikje Pape en is ook reeds weduwe. Zij was eerder getrouwd geweest met Johannes
Schuurman.
Veertien dagen voor zijn huwelijk met Jacobje van Dalen wordt Jan op 7
Januari 1886 vrijgesteld van de dienst voor de Nationale Militie "uit
hoofde van volbrachten broederdienst."
Zijn 8 kinderen zijn allemaal in Ambt Vollenhove geboren.
Van hen nog de volgende gegevens: Jan . ?????
Aaltje: Komt op 23 Juni 1910 van Vollenhove naar Enschede en heeft als
beroep inlegster. Zij trouwt met E.Spoelman * 12 Sep.1885 te Den Ham.
Elisabeth: ????
Trijntje: Trouwt met H.v.d. Wetering * 21 Maart 1881. Zij gaan eveneens
naar Enschede en beginnen aan de Emmastraat een handel in aardappelen, groenten
en fruit.
Jan Harm: Gaat in 1910 met zijn moeder naar Enschede en trouwt op 10 Mei
1918 te Enschede met Jantje Spoelman. Zij wonen in 1924 aan de Hofstedeweg
192.
Jan: Komt ook in 1910 met zijn moeder naar Enschede. Trouwt met Dina ter
Steege * 18-7-1894 te Hoogeeveen. Ze gaan op 13 Febr.l920 naar Gendringen,
maar keren op 18-9-1922 weer terug naar Enschede (Beltstraat 62.)
Verhuizen op 25-8-1924 naar de Wilhelminastr.80 en op 26 Juli 1929 naar de
Balistraat 31. Textielhandel. '
Marten: Zie beschrijving onder 3.8.
Lammigje: Gaat eveneens in 1910 mee naar Enschede. Zij trouwt met Klaas ter
Heide
De weduwe Apperloo-van Dalen overlijdt op 30 November
26
|
Geboren |
14 Juni 1895 te Ambt-Vollenhove |
|
|
Gehuwd met |
25 Maart 1920 te
Enschede met J.F.C. Diederiks |
|
|
Overleden |
te Enschede op 9 Maart
1960 |
|
|
Zoon van |
Jan Apperloo en Jacobje van
Dalen |
|
|
Kinderen |
Jacoba * 21 Aug.1921 Neeltje Henriette * 11
Februari 1923 Jan Henri * 13
Sept 1926 Hermine Louise * 21
Juli 1929 Henri Charles Louis *
22 Aug. 1930 Louis * 2 Maart 1935 Harry * 30 Nov. 1937 |
|
|
Beroep |
Getouwbaas |
|
Toen Marten ruim 2 jaar oud was, stierf op 23 November 1897 zijn vader. Hij
heeft hem dus niet bewust gekend. Moeder Apperloo-van Dalen bleef met zeven
kinderen achter in het kleine landbouwershuisje in de Leeuwte te Ambt-Vollenhove.
Marten bezocht de lagere school in het nabij gelegen St. Jansklooster.
Ongetwijfeld zal de betere werkgelegenheid in de textielindustrie in
Twente een belangrijke reden geweest zijn, waarom de Wed. Apperloo-van Dalen
met 4 van haar jongste kinderen Jan Harm - Jan - Marten - en Lammigje in het
voorjaar van het jaar 1910 verhuisden naar Enschede. Aaltje, Marten's oudste
zuster komt enkele weken later naar Enschede.(Bron: Notulen
kerkeraadsvergadering van de Geref.Kerk te Enschede d.d. 14 Juni 1910.) Trijntje
blijft voorshands nog in Ambt-Vollenhove, maar komt pas in 1929 naar Enschede,
dan met haar man H.v.d. Wetering. (Bron: Kerkeraadsnotulen Geref.Kerk te
Enschede d.d. 16-4-1929.)
Aan het eind van de 19e eeuw was in Enschede de grootindustrie opgekomen.
In 1884 telde Enschede niet minder dan 36 fabrieken, in hoofdzaak spinnerijen,
weverijen en ververijen. Marten komt in 1910 dan ook als wever in dienst bij
de textielfabriek van van Heek & Co. en werd te werk gesteld in de
zogenaamde "Oude Weverij", gelegen aan de Noorderhagen. (Ongeveer op
de plaats waar nu het Muziekcentrum staat.).
Om 's morgens op tijd op zijn werk te kunnen zijn moest de 15-jarige Marten
tegen 5.30 uur opstaan. Dat was bij een 6-daagse werkweek van zo'n 60 uur niet
altijd even gemakkelijk. Moeder Apperloo moest dan ook meerdere malen Marten
zijn bed uitjagen en hem met zijn blote voeten op de ijskoude vloer zetten om
hem te laten ontwaken, zo heeft hij zijn kinderen verteld.
Of Marten zelf in de gelegenheid geweest is kennis te maken met het vaor
het eerst opstijgen en landen van een vliegtuig in Enschede, weten we niet,
maar dat het feit, dat van 28 september tot 2 oktober 1910 Jan Olieslagers met
zijn vliegtuigje op een weiland aan de Gronausestraat zou opstijgen en landen,
moet wel het onderwerp van gesprek geweest zijn in die dagen.
Op 25 Maart 1913 doet Marten's oudste broer Jan Harm belijdenis in de
Geref.Kerk te Enschede. Ongeveer twee jaren later gaat hij over naar de
Chr.Geref.Kerk. Eind 1913 schrijft zus Aaltje een brief aan de kerkeraad van de
Geref.Kerk te Enschede en deelt mee dat zij geen kerkbode meer wil ontvangen en
dat zij zich wil losmaken van de Geref.Kerk. Begin 1914 gebeurt dat ook
inderdaad en ook zi.j gaat over naar de Chr. Geref.Kerk Op 26 Februari 1914
komt broer Jan met doopattest van Arnhem naar Enschede. Ook hij zal enkele
jaren later (Maart 1918) overgaan naar de Chr.Geref.Kerk. (Bron: Notulen
kerkeraadsnotulen Geref.Kerk van Enschede van 1913-1918.)
Op 1 Augustus 1914 vallen Duitse troepen Belgie binnen. Het begin van de
Eerste Wereldoorlog. Nederland blijft neutraal maar mobiliseert zijn leger. Ook
de dan 20-jarige Marten wordt opgeroepen
en bevindt zich in December 1915 als "landstorm-man" in de 1e
Compagnie, 1e Depot, Bataljon VB 7 in de Hendrikkazerne te Assen. Getuige de
bewaard gebleven ansichtkaart had hij toen verkering met wat later zijn vrouw
zou worden:"Rieks" Diederiks.
Zij woont op dat moment aan de Kottendijk 220 te Enschede. Later wordt
Marten overgeplaatst naar het legerkamp "De Harskamp".
De notulen van de kerkeraad van de Geref.Kerk te Enschede van 3 April 1917
vermelden dat er een schrijven is binnengekomen van Marten Apperloo, waarin hij
meedeelt dat hij door de kerkeraad van Kootwijk is onderzocht op zijn kennis
van het geloof en dat deze geen bezwaar heeft dat hij belijdenis doet. De
notulen van de vergadering van 17 April 1917 vermelden dat er een brief is
ingekomen van de Geref.Kerk van Kootwijk, waarin gevraagd wordt om de
attestatie van Marten Apperloo in verband met het doen van belijdenis te
Kootwijk. Op welke datum dat precies gebeurde weten we niet. Het ter
gelegenheid van het doen van belijdenis door Marten ontvangen boekje is op dit
moment in bezit van Nel Apperloo, Denekamp.
Marten's meisje, Riek Diederiks, had reeds in 1916 belijdenis gedaan in de
Geref.Kerk te Enschede.
Op 25 Maart 1920 trouwt Marten met CHRISTINA JOHANNA FREDERIKA DIEDERIKS,
geboren te Hengelo op 14 Juli 1895, dochter van Charles Henri Louis Diederiks
en Neeltje van Luit. De huwelijksbevestiging vindt plaats in de Geref.Kerk te
Enschede (Toen aan de Wilhelminastraat) door de predikant E.Prinsen. De tekst
van de preek was :Efeze 5:25-33.
Marten trekt met zijn vrouw eerst in bij zijn moeder, de Wed. Apperloo-van
Dalen, die dan woQnt aan de Laareschdwarsweg 6 te Enschede.
Ruim een jaar later, op 21 Augustus 1921, wordt de eerste dochter geboren:
JACOBA APPERLOO en weer ongeveer 1 1/2 jaar later de tweede: NEELTJE HENRIETTE
APPERLOO op 11 Februari 1923.
Als in September 1923 Enschede groot feest viert ter gelegenheid van het
25-jarig regeringsjubileum van Konzngin Wilhelmina, zullen Marten en Riek het
wel te druk hebben gehad om het feest uitbundig mee te vieren, want op 20
September 1923 verhuisd het gezinnetje naar de Renbaanstraat 61 in Enschede.
Op 29 October 1923 begint in de fabriek Kremersmaten van van Heek &
Co., de grote staking die ruim een half jaar zal gaan duren. Een
loonsverlaging, vaak van 10% was er de aanleiding toe. vermoedelijk behoorde
Marten tot de werkwilligen om principiele redenen.
Hlijkens de kerkeraadsnotulen van de Geref.Kerk te Enschede van 2 Januari
1924 wordt besloten Marten te benoemen tot lid van de "Commissie van
Administratie." (Een commissie die in opdracht van de kerkeraad zorgt voor
de materiele belangen van de kerk.) De notulen van 8 Januari 1924 vermelden dat
Marten schriftelijk zijn benoeming aanvaardt.
In 1925 maakt Marten promotie bij van Heek & Co. en wordt (ge-)touwbaas
in de weverij aan de Noorderhagen. De fabrikanten zit de staking kennelijk nog
vers in het geheugen en wensen met name met het leiding-gevend personeel geen
risico's te lopen. Marten dient een schriftelijke verklaring te tekenen, dat
hij geen lid zs (of zal worden) van een vakvereniging, zolang hij in dienst is
bij van Heek & Co.
In zijn vergadering van 1 December 1925 benoemd de kerkeraad van Enschede,
Marten tot bestuurslid van het T.B.C.fands, samen met A.Hoekman,B.Radstake,
L.Weldink en J. ter Horst.
Op 13 September 1926 wordt de eerste zoon geboren: JAN HENRI APPERLOO, op
het adres Renbaanstraat 61 te Enschede.
Tengevolge van de beursval in New York in het jaar 1929 ontstaat een enorme
economische crisis in de wereld, die ook aan de textielindustrie in Enschede
niet voorbijgaat. Er heerst dan ook grote werkloosheid. Toch blijft Marten zijn
werk bij van Heek & Co. behouden al zijn de lonen laag en de arbeid zwaar.
Op 8 November 1926 verleend de kerkeraad Marten eervol ontslag als lid van
de Commissie van Administratie en op de vergadering van 27 November 1928
benoemd de kerkeraad hem tot diaken, nadat hij bij stemming door de gemeente
was verkozen. Op zijn eerste kerkeraadsvergadering in 1929 tekent hij de Drie
Formulieren van Enigheid.
Ruim een half jaar later wordt op 21 Juli 1929 de derde dochter geboren:
HERMINE LOUISE APPERLOO.
Rond 1 Januari 1930 verhuisd het gezin naar de nieuwbouwwijk in het
stadsdeel "Het Hoogeland": Molukkenstraat 10. De woning is eigendom
van de woningbouwvereniging "Patrimonium", waarvan Marten jarenlang
bestuurslid is geweest.
De tweede zoon, HENRI CHARLES LOUIS APPERLOO wordt geboren op 22 Augustus
1930.
Een zus van moeder Apperloo, Carolina Hendrika Diederiks (geboren op 21
Juli 1899 te Hengelo) komt op 7 Juli 1931 van Hellendoorn naar Enschede en
trekt bij de familie Apperloo aan de Molukkenstraat in. Zij vertrekt op 25 Mei
1934 echter weer naar Delden (Stationsplein 2.)
Als op IS Juni I932 het luchtschip "Graf Zeppelin" op het
vliegveld Twente landt, zullen zich onder de 32000 toeschouwers zeker Marten
met zijn kinderen bevinden om getuige te zijn van dit grote gebeuren.
Omstreeks 1933 gaat het Centraal Bestuur van de Geref. Schoolvereniging te
Enschede (toen nog geheten de Vereniging tot Stichting en Instandhouding van
scholen met de Bijbel te Enschede en Lonneker) denken over de oprichting van
een of meer kleuterscholen. Ter voorbereiding daarvan wordt een commissie
ingesteld, waarin Marten samen met L. Weldink zitting neemt namens het bestuur
van Schoolkring I (kringbestuur van de eerste school met de Bijbel aan de
Schoolstraat.) Erg succesvol was die arbeid van de commissie echter niet, want
toen in Mei 1935 de kringbesturen gevraagd werd hoe ver men met de
voorbereidingen gevorderd was, moesten Marten en Weldink namens het bestuur van
Schoolkring I melden:"De poging is als vrijwel mislukt te
beschouwen."(Bron: Jubileum-uitgave 100 jaar Geref.Schoolver. te
Enschede:"Doen onderwijzen.")
Op 8 October 1934 overlijdt de 2e zoonb, Henri Charles Louis Apperloo op
ruim 4-jarige leeftijd aan hersenvliesontsteking. Het verdriet over dit
verlies is groot. Voor moeder Apperloo, die in verwachting is, zal, naardat
achteraf blijkt, haar verdriet en emoties tragische gevolgen hebben. Als op 2
Maart 1935 weer een zoon geboren wordt, LOUIS APPERLOO, blijkt na enige tijd
dat deze geestelijk gehandicapt is.
Ruim 2 1/2 jaar later wordt op 30 November 1937 opnieuw een zoon geboren:
HARRY APPERLOO.
Het zal omstreeks deze tijd geweest zijn dat de radio zijn intrede deed aan
de Molukkenstraat. En dat was, ondanks de toen nog vaak te beluisteren
"Mexicaanse hond", een grootse belevenis.
Ter gelegenheid van het 40-jarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina
worden er op 6 September 1938 in Enschede allerlei feestelijkheden
georganiseerd, waaraan ook de familie Apperloo enthousiast deelneemt, zoals het
meehelpen bouwen van een grote erebooog dwars over de Molukkenstraat en het
deelnemen aan de grote optocht.
Intussen is de politieke situatie in Europa zeer gespannen en op 1
September 1939 breekt de oorlog uit tussen Duitsland en Polen, waarop Engeland
en Frankrijk verklaren zich als in oorlog te beschouwen met Duitsland. Het is
het begin van de Tweede Wereldoorlog. Als dan in April 1940 Denemarken en
Noorwegen door de Duitse legers worden overrompeld en bezet, volgt op Vrijdag
voor Pinksteren, l0 Mei 1940 de inval in os land.
De eerste dag, de l0e Mei, is er in Enschede nog weinig van de oorlog te
bespeuren. Pas op 11 Mei komen de eerste Duitsers in de stad en concentreren
zich tijdens de Pinksterdagen in het Volkspark. Over allerlei gebeurtenissen in
de dan volgende oorlogsjaren is uiteraard veel te vertellen. We willen
daarvoor in zijn algemeenheid voor wat Enschede betreft gaarne verwijzen naar
het boek: "Enschede 1940-1945." door T. Wiegman (ISBN 90-70986-06X).
Ook de familie Apperloo ondervindt de gevolgen van de oorlog en de Duitse
overheersing en wel in byzondere mate met betrekking tot de jodenvervolging.
Toen in 1941 bij het bestuur van de reeds hiervoor genoemde
Schoolvereniging het bericht kwam dat alle joodse kinderen van de school
dienden te worden verwijderd, werd hiertegen door het bestuur fel geprotesteerd
en zij weigerde aan het bevel uitvoering te geven.
Het zal ongeveer eind 1942 zijn geweest, als de familie opnieuw en
rechtstreeks met de jodenvervolging wordt geconfronteerd. Op een avond gaat de
huisbel aan de Molukkenstraat 10. Aan de deur staat Ds. H. Vogel, Geref.
predikant te Enschede. Hij wordt haastig binnen gelaten en in de "voorkamer"
wordt fluisterend een gesprek gevoerd. Het doel van zijn bezoek en het
geheimzinnige gedoe wordt enkele dagen later duidelijk: Hij brengt een schuchter
joods meisje van ongeveer 7 a 8 jaar oud, met pikzwarte haren en het
joods-ka;a:akteristieke gebogen neusje. Zij heet Toosje van Praag en komt die
avond van Limburg, waar zij enige weken met enkele familieleden was
ondergedoken in een verlaten kolenmijn. En vanaf dat moment is zij het nichtje
Toosje Apperloo uit den Haag, dat logeert bij oom Marten en tante Riek. Het is
een wonder dat zij vrij spoedig na de oorlog, gezond en wel door haar vader,
als enige die van de familie nog in leven blijkt te zijn, kan worden afgehaald.
Immers woont in de direkte omgeving, namelijk op de Molukkenstraat 16, de
familie Starteboom, die allen lid zijn van de N.S.B. Een lid van die familie is
zelfs lid van de Nederlandse S.S. (Sicherheits-Schutz), compleet in het gehate
zwarte uniform met schwastika-emblemen (Hakenkruis) en stampende laarzen.
Op zekere dag speelden op het trottoir voor het huis Louis, Harry en Toosje
met hun "vliegende hollander". Jan
staat in de gang naast het huis naar de spelende kinderen te kijken, als hij
uit de voordeur van de Molukkenstraat 16 de S.S.-er Storteboom ziet komen. Bij
de spelende kinderen gekomen blijft Starteboom staan en Jan hoort dan het
volgende gesprek: ,
Storteboom tegen Toosje: Wie ben jij dan wel? Toosje: Ik ben Toosje uit den
Haag.
Storteboom: Ja, dat zal wel. Maar wel een joodje? Harry: Dat is ons nichtje
uit den Haag.
Storteboom (schamper): Een nichtje !!?!! Met pikzwart haar en een kromme
neus!!!??! Jaa-ja !!
Jan: Ja hoor, Toosje is ons nichtje uit den Haag. De honger is daar veel
erger dan hier en daarom is ze zolang bij ons telogeren
Een poosje kijkt Storteboom Jan zwijgend aan, draait zich dan om en
vervolgt stampend met zijn ijzerbeslagen laarzen zijn weg. Als hij uit het
gezicht verdwenen is, vluchten we het huis binnen en vertellen wat er gebeurd
is. Allemaal gaan we die avond met angst en grote zorg naar bed. En de volgende
dagen blijft de angst knagen, maar tot onze verwondering gebeurt er niets.
Toosje bezoekt gewoon de school (met de Bijbel), blijft op straat spelen en
gaat 's Zondags mee naar de kerk. We zullen er wel nooit achter komen om welke
redenen Storteboom ons niet heeft verraden. Van zijn gezicht straalde het ongeloof
af. Nog vele malen hebben wij hem in zijn zwarte uniform zien rondstappen.
Enkele maanden na de be-eindiging van de oorlog werd Toosje door haar vader
afgehaald. Van hem vernamen we dat alle overige gezinsleden in de beruchte
concentratie-kampen waren omgekomen. Toosje ging met haar vader terug naar hun
vroegere woonplaats Amsterdam. Bij geruchte vernamen we dat Toosje later naar
Israel is ge-emigreerd.
Als in 1943 de voedselvoorziening steeds nijpender wordt, weet Marten een
levend schaap op de kop te tikken. Dat "op de kop tikken" wordt zowel
letterlijk aIs figuurlijk een feit. Op een avond wordt het dier in het kleine
schuurtje gedreven om geslacht te worden. Maar hoe krijg je zo'n beest op een
beetje een fatsoenlijke manier dood zonder een pistool of iets dergelijks. Na
hevige discussies en ingewonnen adviezen moet een goed gerichte klap met een
hamer tussen de ogen van het beest de manier zijn. En aldus geschiedt. Maar
zonder het gewenste resultaat. Het enige wat gebeurt is, dat het dier, zonder
enig geluid te geven, door zijn voorpoten zakt en ons met een paar smekende
ogen aanstaart. Maar dan maakt
Marten er met zijn vlijmscherpe weversmes snel een eind aan.
Enige tijd later heeft Marten met zijn zwager in Nijverdal, Herman Hemmink,
gehuwd met M. Diederiks, de afspraak gemaakt om een paar zakken aardappelen op
te halen. En op zekere dag begeven Marten en zoon Jan zich met een handkar en
een fiets op weg naar Nijverdal, afwisselend de een lopend tussen de bomen van
de handkar en de ander erachter fietsend en duwend. Als we rond de middag in
Nijverdal arriveren, worden snel de aardappels opgeladen en na een uurtje rust
en een goede maaltijd wordt dan spoedig'weer de terugtocht aanvaard. Alles gaat
prima, maar de kar is zo'n 100 kg zwaarder dan op de heenweg en de tocht terug
naar Enschede duurt dan ook heel wat langer.
We bevinden ons klokslag 8 uur 's avonds nabij Hengelo en we beginnen ons
aardig zorgen te maken. Door de Duitsers is namelijk de zogenaamde avondklok ingesteld,
wat wil zeggen dat je je zonder een speciale vergunning 's avonds na achten
niet meer op straat mag begeven. En zo'n vergunning bezitten we niet. Als we
ter hoogte van "de Broeierd" zijn gekomen, horen we achter ons een
auto aankomen. Het is een Duitse legerauto, die met grote snelheid nadert. Er
zit weinig anders op dan maar gewoon door te lopen. Dan opeens een harde
klap....de auto raakt de naar buiten uitstekende as van de handkar en Jan, die
op dat moment tussen de handbomen loopt, belandt bewusteloos in de sloot,
inclusief de kar en het grootste deel van de aardappelen. Als Jan na enkele
minuten weer bijkomt, blijkt hij ongedeerd, evenals vader Marten, die zich op
het moment van de aanrijding fietsend en duwend aan de rechterkant van de handkar
bevond.
Van de Duitsers is geen spoor meer te bekennen. Met de schrik nog goed in
de benen, hondsmoe maar dankbaar voor de goede afloop, komen we met 100 kg
aardappelen rijker eindelijk voldaan weer thuis. En dat was toen alleszins de
moeite waard.
In de laatste oorlogsjaren spitsen zich de controversen in de Gereformeerde
Kerken in Nederland toe, doordat de synode zelfstandig wijzigingen in de
geloofsbelijdenis ging aanbrengen en die verbindend voorschreef aan alle
kerken en voorgangers. Vervolgens ging zij de predikanten en professoren, die
verklaarden de wijzigingen etc. niet te kunnen aanvaarden, schorsen. Ook de
kerkeraad van Enschede,
waarvan Marten als ouderling deel uitmaakt, krijgt met deze
synode-uitspraken te maken. En op 13 September 1944 besluit een meerderheid van
de kerkeraad zich "vrij te maken" van de synode-besluiten. Een deel
van de notulen van de kerkeraadsvergadering luidt:
Notulen van de eerste vergadering van de Raad der Gereformeerde kerk van
Enschede(buiten het be staande Synodale verband) met brs. diakenen op Woensdag
13 September 1944.
Nadat in vergadering van den kerkeraad met brs. diakenen in synodaal
verband met 43 stemmen voor en 21 stemmen tegen, besloten was dat verband met
de synode te verbreken en
de minderheid zich verwijderd had met de pretentie de voortzetting te zijn
van de plaatselijke Geref.kerk, om alszodanig zelfstandig te vergaderen, opende
de praeses, Ds. I. de Wolff, te ruim 7 uur deze eerste vergadering van den
kerkeraad buiten het bestaande verband der Geref.kerken in Nederland. Aanwezig
waren: De predikanten: Ds. H. Meulink, Ds. I.de Wolff en Ds. H.Vogel. De
ouderlinen: de brs. K.Altena; M.Apperloo: D.Baas; H.Beugelink; H.W. psmanf R.
ruips;J.Kleine Deters;K.Drost; A. Foekens;P. Gort: Y.Heres;.a. ten Heuw;
W.Hof;D.H. ter Horst; G.J. Hutten; Joh. Jaspers;H.de Jong; G.de Jonge;
A.Klijnstra; W.Kroes;H. Oldenhof; J.PoI; H.Schuring;D.Selders; J.Tiggelaar;
A.Veldstra; H.Wapstra en H.Winters.
De aanwezige diakenen: L.Borg; J.A.Compagnie; J.Doorn (B.W.ter
Kuilestraat);D. Folkers;G.ter Horst; J.H.Kuiper; J.Nijhuis; C.Oldenhof; J.te
Sligte; R.Buitenbos; K.v.d. Deure, terwijl ouderling br. Rodenhuis, die wel bij
de stemming aanwezig was, verder met kennisgeving afwezig was. Met het scribaat
wordt br. H.W. Bosman belast. Besloten wordt de gemeente zo spoedig mogelijk
voor a.s. Zondag per circulaire in kennis te stellen met het besluit van de
kerkeraad tot afwerping van het synodale juk.....
En daarmee was de Vrijmaking in Enschede een feit.
Op 1 April 1945 komt dan op eerste Paasdag voor Enschede het einde van de
oorlog door de bevrijding door de troepen van het 2e Hritse leger onder
aanvoering van generaal Dempsey. En wel in het byzonder door het 5e Bataljon
Goldstream Guards, bestaande uit Engelsen en Canadezen. De familie Apperloo
neemt die eerste dagen van April 1945 deel aan de uitbundige vreugde en dansen
enthousiast de "hoki-poki" mee met de Engelse en Canadese militairen.
Na de turbulente oorlogsjaren volgen jaren van betrekkelijke rust.
Op 9 Maart 1960 overlijdt Marten aan een hartinfarct en wordt begraven op
de Oosterbegraafplaats te Enschede. Ruim 7 1/2 jaar later overlijdt op 26
October 1967 ook moeder Apperloo.
IV.WETENSWAARDIGHEDEN VAN ENKELE "LOSSE APPERLOO'S".
|
Geboren |
|
|
|
Gehuwd met |
|
|
|
Overleden |
|
|
|
Zoon van |
|
|
|
Kinderen |
|
|
|
Beroep |
|
|
HENDRIK APPERLOO
Geboren: ca.1720
Gehuwd met:Catharina Baldus op 6 Dec.1744 te Zwartsluis. Zoon van: Dirk Apperloo
en moeder onbekend. Beroep: Molenaar-Burgemeester van Zwartsluis. Kinderen:
Derk * 15 Jan.1747 (DB 101)
Geertje * 21 Jukli 1748 (DB 113) Hilligje * 21 Januari 1750 (DB 124) Derk *
24 Januari 1752 (DB 139) Aaltjen * 4 October 1754 (DB 159) Daniel * 16 November
1755 (DB 168) Maltien * 30 April 1758 (DB 186) Cornelis * 9 Maart 1760 (TB 7)
Bertelt * 30 Januari 1763 (DB 582) Peeter * 8 Juni 1767 (DB 582)
Allen geboren te Zwartsluis.
Hendrik wordt in allerlei documenten zowel met molenaar als met burgemeester
aangeduid. Zijn vrouw heet in het huwelijksregister Catharina Baldus, maar
wordt elders ook genoemd Caatje Daniel Baltus en ook Catrina Daniels Balthus.
Haar vader zal dus Daniel Baldus of Balthus geweest zijn.
Hendrik inde aIs burgemeester de "klokkegelden". Gelden die
dienden te worden betaald als de klokken moesten worden geluid bij een
begrafenis of iets dergelijks. In het overlijdensregister van Zwartsluis
(590/74) tekent hij in de jaren 1758 t/m 1788 steeds rond oudejaarsdag, voor
ontvangst van die klokkegelden. Het overlijdensregister van Zwartsluis
nr.591/27 vermeldt dat bij Hendrik's eigen begrafenis de klokken van de
Oude Kerk werden
"doorgeluidt".
Uit de doopboeken blijkt dat bij de
doop van alle
kinderen als getuige optreedt:
Aaltjen Derks Apperloo (soms
Appelloo of Appelo). Zij is een
zuster van Hendrik en zij
trouwt op 12 April 1737 met Kier
Meijboom en zij overlijdt in
1778. Het is deze
zwager Kier Meyboom die Hendrik voor het
gerecht sleept, getuige een
gevonden rechterlijk stuk, dat als
volgt luidt:
Exhibitum
(=overgelegd stuk) in Judicio den 21 April 1769. w.g. E.V. Kalkensteijn.
Eis en
aanspraak voor KIER MEIJBOOM, genooddrongene impetrant(=eiser) ter eenre(...zijde)
op en tegens de Burgmr. HENDRIK APPERLOO, geimpetreerde (= gedaagde) ten andere
zijde.
Weledele
Heer, Iijn Heer E.,van Kalkensteijn. Scholtus (=schout) van Wanneperveen,
Dinxterveen en Zwarte Sluijs.
1.
Om deesen kortelijk
(=kort) te adstrueren(=met bewijzen staven) en daarbij klaarlijk aan te toonen,
dat de geimpetreerde (=gedaagde) in de genoomene eisch en conclusie van
regteweegen(=van rechtswege) zal moeten worden gecondemneerd (=veroordeeld).
2.
So moet den
impetrant(=eiser) onder alle gewoonlijke imploratien(=gunsten) en
beneficien(=voorrechten) van regt, doch absque (=zonder) on-ere superflui (=
oneerlijke overtolligheden) poseeren(=houding aannemen) waar en onstrafbaar te
weesen.
3.
Dat hij in
den jaare 1767 gantsch onverwagt op een onheusche en indiscrete wijze van meest
alle sijne crediteuren (=schuldeisers) overvallen sijnde sigh ipso facto
(=daardoor) in die omstandigheijd gebragt vond,
4.
Om hoe
eerder hoe beter naer iemand om te sien, die hem in deese sijne verleegentheijd
adsisteerden(=hielpen) en sijn boedel op de geschikste en gevoeglijkste wijse
reddede,
5.
Verbeeldende
sigh, den impetrant (=eiser), dat hij op niemand in sijn
continueele(=voortdurende) absentie (=afwezigheid) met meerdere gerustheijd en
vertrouwen konde aangaan, en sijn saaken laeten staan, dan wanneer hij sijn
schwager Hendrik Apperloo, sijn Huijsvrouwen volle broeder, daartoe versochte
en sijn saaken overgaf,
6.
Ten welken
eijnde des impetrantes (=eisers) vrouw sich heeft geadresseert bij(=gewend tot)
deselve en hem daartoe op 't instantelijkste (=met aandrang) versogt,
7.
Welke
offertes (=aanbiedingen) regt een kolfje naer des geimpetreerdens (=gedaagdes)
hand zijnde, heeft hij ook niet agtergelaaten (=nagelaten) 't selve terstond
seer greetig te accepteeren,
8.
Soo, dat
den impetrant(=eiser) hem datelijk sijn beijde huysen, staande aen de
Nieuwesluijs transporteerde (= overdroeg) om deselve te verkoopen, soo als
deselve ook voor een somma van drie duijsent vijf hondert guldens verkogt zijn,
sonder dat den impetrant (=eiser) daarvan tot nogtoe ooit een duit gesien heeft
nog weet wat en hoeveel daarmeede betaald en afgelost is, soo als de
geimpetreerde(=gedaagde) nooit kan loochenen, maar in teegendeel geobligeerd
(=gedwongen) is te erkennen, dat sulx alleen geschied is,
9.
Om daardoor
gelegentheijd te vinden om ten spoedigsten te voldoen de schulden welke ten
laste van den impetrant (=eiser) liepen,
10.
maar heeft
hem daarenbooven,
11.
wanneer hij
in 't selve jaar met sijn schip te Harderwijk gansch weederregtelijk was
aangehaald (=in beslag genomen) en bekommert,
12.
datelijk
ontbooden, en gequalificeert (=bevoegd), om niet alleen met hem sijn schip met
seijl en treijl, maar selvs ook een importante(=belangrijke) parceel (=partij)
ijken stamen top-hout, leggende te Whije op den houtwal, te verkoopen en te
gelde te brengen, om daaruijt alle sijne crediteuren(=schuldeisers) te
betaalen en een liquzde (=dadelijk beschikbare) boedel te maaken,
13.
al 't welke
zijnde ten uijtvoer gebragt, is men in 't seekere onderrigt (=is men er zeker
van) dat van alle de verkogte goederen, soo van huijsen, landerijen, schip en
hout (hoe deerlijk er ook meede gemorst en gehandeld is) nog een importante (=
belangrijke) summa (=som) van mogelijk bij de vijfde halv duijsend gulden is
geprovinieert (=heeft opgebracht).
14
en vermits de geimpetreerde (=gedaagde) sig
seedert dien tijd altoos heeft gedragen en gehouden, even als of alle deese
saaken hem privative(=alleen hem) aangingen, betaalende wat en aan wien het hem
goeddagt,
15.
sonder sig
eeniger maeten (=enigermate) om den impetrant (= eiser) te bekreunen
(=bekommeren)-veel minder hem in sijne eigen saaken te kennen,
16.
soo dat het
bijna een particuliere gratie is geworden de geimpetreerde (=gedaagde) te
woorde te koomen of hem over deese of geene poineten (=punten) van sijn
administratie te spreeken,
17.
Dan den
impetrant (=eiser) van alle kanten hoorende dat 't sijn znteresse meedebrengt
(=in zijn belang is) om eens nauwkeurig nae te sien hoe seer de geimpetreerde
(=gedaagde) sijn belangens en voordeel (waartoe hij allenthalve(= in alle
opzichten) uit kragte van affiniteijt (=verwantschap) verpligt was), wel
behartigt heeft.
18.
Heeft hij
in den beginne eerst sijn swager in 't vriendelijke versogt en als 't waare
gebeden, om deese sijne opgenoomene commissie(=de op zich genomen taak) en
gedaane administratie te willen verantwoorden, ten minsten maar openinge van
saaken te geven,
19.
dog sulks
eeven sooveel zijnde, als of men den Moriaan wrijft(=id.negers blank
schuren=vergeefse moeite)
20.
is den
impetrant (=eiser) in die noodzakelijkheijd gebragt geworden (wijl hij van alle
kanten sag, dat hij met dit parthijtje(=spelletje?) allenthalven (=in alle
opzichten) ellendig geschooren (=bedrogen) was.
21.
Om de
geimpetreerde(=gedaagde) bij denuntiatie (=voor het gerecht gebracht) van den
20sten December 1768 te sommeeren "om sijne gedaane administratie van
alle bovengenoemde, soo meubile als immeubile (=zowel roerende als onroerende)
goederen voor het eijndigen van den jaare 1768 te moeten verantwoorden en
verreekenen, alles gefourneert (met overlegging) met soodanige bewijsen als
daartoe nae regte worden gerequireerd (=ge-eist) en gevordert, met inthimatie
(= gerechtelijke aanzegging) om ten selve dage (die aan sijne keuse gelaeten
wierd) aan den impetrant (=eiser) te moeten uittellen en restitueren
alsoodanige resterende penningen, als bij slot van reekeninge souden bevonden
worden, meerder ontvangen dan uitgegeven te zijn."
22.
met
restitutie verders van alle charters (=stukken waarbij aan personen of lichamen
speciale rechten worden toegekend) en papieren weike tot deese administratie
hebben behoord, soo als uit nevensgaande (=bijgaande) denuntiatie (=
rechterlijke uitspraak) hierbij geannecteerd(=bijgevoegd) sub A. met meerderen
is te verneemen quo relatio (=vermoedelijk: met de mogelijkheid van toevoeging
van alles wat er verder mee verband houdt).
23.
ofschoon nu
iemand die geene rechtskundige is, dan maar alleen sijn natuurlijke kennisse en
oordeel gebruijkt, weeten kan,
24.
dat elk en
een igelijk, hij zij wie hij zij, die een andermans goederen en saaken, van wat
aard of natuur deselve ook weesen moogen, op requisitie(=vordering) van sijn
committent (=lastgever) en geintresseerde (=belanghebbende) deselve sijne
commissie (=opgedragen taak) en administratie moet verantwoorden en liquideren
(= afwikkelen).
25.
een
notoiriteijt (=algemene bekendheid) en waarheijd die geen naedere adstructie
(=bewijs) vereijst.
26.
Soo heeft
de geimpetreerde (=gedaagde) kunnen goed vinden sigh provisioneel (=voorlopig)
aan de gedane denuntiatie (=kennisgeving) niet te bekreunen.(Hij heeft zich om
de rechterlijke uitspraak niet bekommert).
27.
veel minder
sijne administratie te verantwoorden en te verreekenen,
28.
houdende
sigh alsof er niets te doen of ten sijnen laste was.
29
Weshalve
den impetrant (=eiser) is genoodsaakt geworden, wijl hij klaarblijkelijk siet
dat sijn swager, de geimpetreerde (=gedaagde), Iust hebbende hem in deese sijne
naere en benauwde toestand nog meerder tort(=onrecht) en quellinge(=kwelling)
aan te doen, sigh nergens aan bekreund (= zich nergens iets van aan trekt),
bevestigende het spreekwoord, dat 't met quadwillige honden quaad haasen te
vangen is
30.
de
geimpetreerde(=gedaagde) door rechtsmiddelen tot sijn pligt te houden,
31.
ten welken eijnde hij deselve teegens heeden heeft doen citeren(=dagvaarden) om deese eisch en aanspraake aan te hooren: B.uti(=als) sub B..
Doende
dierhalve onder expres (=uitdrukkelijk) voorbehoud van alle sijne verdere
wheeren en defensi (=verweer) en ex dietis dicendis nobiliterque sub plendis
omni meleori modo contendendo (????) concludeeren dat de geimpetreerde
(=gedaagde) sal worden gecondemneerd(=veroardeeld) om op eene seekere
peremptoire (=onherroepelijke) dag voor den impetrant (=eiser), of die daar toe
van zijnent weegen gequalificeerd (=gemachtigd) is, sijn opgenoomene
(=aanvaardde) commissie(=opdracht) te moeten verantwoorden en de penningen die
bereeds (=alreeds) van de beijde verkogte huijsen, schip, hout en land
ontfangen zijn, behoorlijkerwijse te verantwoorden en verreekenen, brengende
diegeene welke nog te ontfangen zijn in restanten, met verdere restitutie van
alle soodanige charters(=bewijsstukken) en papieren als hier toe specteerende
(=behoren) en onder hem berustende zijn(=in zijn bezit zijn) als sulks nae
regte gerequireerd(=gevorderd) word, alles teegens uitwisselinge van
behoorlijke quitaneie(=kwitanties) en ontlastinge van sijn commissie(=opdracht)
en administratie.
Ofte
concludeert soo er in dier voegen als in deesen best had kunnen moeten en
behooren te geschieden met condemnatie (=veroordeling) van
geimpetreerde(=gedaagde) in de kosten deeser procedure, mitsgaders schaaden en
interesten (=rente).
Sdg.salvis,G.J.
ter Braak.
**kaartje Aperloo**, 4
**kaartje Vollenhove **, 5
**tekst heraldiek**, 5
|
Geboren |
Onbekend doch vermoedelijk in 1585/1586 |
|
|
Gehuwd met |
Ytger Hendricks op 14 Juli 1612 te Zwolle |
(TB 721/204) |
|
Overleden |
Tussen 3-5-1642 en 14-5-1644.(Trouwdata dochters.) |
|
|
Zoon van |
Derck van Apperloo en Anna Hendricksen |
|
|
Kinderen |
Fenneken * onbekend Trijntijn * onbekend Derck * 1621 |
|
In het lidmatenboek van de Ned. Herv. Kerk te Zwolle (0/69) wordt vermeld
dat op 1 Juni 1621 Christoffel, Schoenmaker, aan de Lutkestraet te Zwolle
lidmaat is.
Als Fenneken trouwt op 3 Mei 1642 te Zwolle met Otto Lucas vermeldt het TB
723/151 dat zij dan woont "achter de toren" en zij wordt genoemd
dochter van Stoffer van Apperloe.
Ook Trijntijn wordt bij haar eerste huwelijk op 14 Mei 1644 te Zwolle met
A.G. Ewerinck, dochter van Stoffer van Apperloe genoemd en zij woont dan aan de
Luttekestraete in Zwolle (TB 723/221). Trijntijn trouwt voor de 2e x met D.D.
Campshaven op 1 Juni 1647 (TB ?23f311).
Zoon Derck trouwt voor de 1ex op 27 April 1647 te Amsterdam met Magdalena
de Sterck (TB 464/392) en voor de 2ex op 28 April 1657 te Zwolle met Sara
Eijckhoorn (TB 724/49).
Bij zijn eerste huwelijk vermeldt het ondertrouwregister van Amsterdam dat
Dirk van Apperlo in ondertrouw gaat en in het trouwboek van Zwolle (TB 723/310)
heet hij Derck van Apperloe, zoon van wijlen Christoffel van Apperloe. Het
trouwboek van Zwolle vermeld verder dat Derk woont in de Luttekestraete en dat
met attest in Amsterdam getrouwd is. De kinderen uit het 1e huwelijk heten in
de doopboeken van Zwolle ook verder van Apperloe, terwijl de kwitantierekening
van de Grote Kerk in Zwolle op pagina 742 vermeldt: Op 16 October 1665 wordt de
vrouw (Sara Eijckhoorn) begraven van Dirck Stoffers van Apperloo.
VAN KINDEREN VAN DIRK EN CHRISTOFFEL VAN APPERLOO (ca. 1615 - ca. 1700)
Zoals het eerste gedeelte van het stamboomschema (zie onder 5.1) laat zien,
zijn er heel wat nakomelingen van Dirk. Daarvan hebben we nog heel wat meer
gegevens. Ook over de kinderen en kleinkinderen van Christoffel weten we nog
wel het een en ander. We vermelden die hier voorlopig echter maar niet omdat de
familiestamboom zich in vele takken uitbreidt, zonder dat we weten waar en hoe
ze aansluiting vindt in de reeks van stamvader.
|
Geboren |
30-03-1645 te Blokzijl |
|
|
Gehuwd met |
1e huwelijk: met Aaltje Jans 2e huwelijk Aegje Klaas (Claes) |
|
|
Overleden |
Sep 1716 te Blokzijl |
|
|
Zoon van |
Jacob
Apperloo en Christina Alutianus |
|
|
Kinderen |
Uit 1e huwelijk Stijntje (* 1677 te Blokzijl, † 03-01-1711) Uit 2e huwelijk Weijntje (* 25-09-1687) |
|
|
Beroep |
Onbekend |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
BIJLAGEN.
6.1. Copie lakafdruk 1682 van richter Derck.(Zie 1.4. 6.2. Idem uit
ongeveer 1797 van Johannes (Zie 1.4.) 6.3. Deel acta kerkeraad Wanneperveen
1736 (Zie 3.2.) 6.4. Copie huw.akte Jan/Huisman 1885 (Zie 3.7.) 6.5. Idem
Jan/Jac.v.Dalen 1886 (Zie 3.7.)
6.6. Geboorte-extract J.v.Dalen 1886 (Zie 3.7.) 6.7. Idem Jan Apperloo 1886
(Zie 3.7.)
6.8. Vrijstelling Nat.Militie Jan 1886 (Zie 3.7.) 6.9. Kopie geboorteakte
Marten 1895. (Zie '.8.) VII. CURIOSA.
7.1. Aant.belijdenis Dirck Apperloo 1676. 7.2. Idem door Evert Apperloo uit
1?14. 7.3. Idem door Christin Apperloo uit 1704. 7.4. Idem door Cornelia
Apperloo uit 1717.